beidelen
Lëtzebuergesch
- English
- to fleece; to knock about
- Français
- plumer; malmener
- Deutsch
- abzocken; beuteln
- Woordsoort
- VRB
- Synoniem
- plëmmen
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- gebeidelt
Uitspraak (IPA)
[bˈɑɪdələn]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
spreektaal
- Deutsch
- schröpfen; abzocken
- Français
- plumer (dépouiller, voler)
- English
- to fleece
- Português
- depenar (espoliar, roubar)
- Nederlands
- afzetten (laten bloeden, het vel over de oren halen)
Synoniemen
plëmmen
Betekenis 2
- Deutsch
- beuteln (zusetzen, mitnehmen)
- Français
- malmener (traiter durement)
- English
- to treat badly; to knock about
- Português
- maltratar (tratar com dureza)
- Nederlands
- het niet makkelijk maken
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- beidel
- beidelen
- beidels
- beidelt
- gebeidelt
- gebeideltem
- gebeidelten
- gebeidelter
Voorbeeldzinnen
hie gouf beim Poker schéi gebeidelt
spreektaal
Betekenis 1: afzetten
d'Liewen huet hien uerg gebeidelt
Betekenis 2: het niet makkelijk maken
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- beidelen
- Voltooid deelwoord
- gebeidelt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- beidelen
- du
- beidels
- hien / hatt / si
- beidelt
- mir
- beidelen
- dir
- beidelt
- si
- beidelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu gebeidelt
- du
- hues gebeidelt
- hien / hatt / si
- huet gebeidelt
- mir
- hu gebeidelt
- dir
- hutt gebeidelt
- si
- hu gebeidelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat gebeidelt
- du
- has gebeidelt
- hien / hatt / si
- hat gebeidelt
- mir
- hate gebeidelt
- dir
- hat gebeidelt
- si
- hate gebeidelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing beidelen
- du
- géifs / géings beidelen
- hien / hatt / si
- géif / géing beidelen
- mir
- géifen / géinge beidelen
- dir
- géift / géingt beidelen
- si
- géifen / géinge beidelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt gebeidelt
- du
- häss gebeidelt
- hien / hatt / si
- hätt gebeidelt
- mir
- hätte gebeidelt
- dir
- hätt gebeidelt
- si
- hätte gebeidelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- beidel!
- dir
- beidelt!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→