eenzel

Lëtzebuergesch
English
individual; certain
Français
individuel; certains
Deutsch
einzeln; einzelne
Woordsoort
ADJ
Synoniem
vereenzelt

Uitspraak (IPA)

[ˈeːntsəl]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
einzeln (für sich allein)
Français
seul; individuel; séparément, individuellement, un à un (pris isolément)
English
single; individual; individually
Português
único; individual; separadamente, individualmente, um a um (posto à parte)
Nederlands
enkel; alleen; afzonderlijk

Betekenis 2

Deutsch
einzelne (vereinzelte)
Français
quelques rares; certains (un nombre isolé de)
English
some; certain
Português
uns raros; certos (um número isolado de)
Nederlands
een paar; enkele

Synoniemen

vereenzelt

Gebruiksnotities

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefeenzel
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefeenzel
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefeenzeler / eenzelner
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefeenzeler / eenzelner
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefeenzelt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefeenzelt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefeenzel
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefeenzel
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefeenzelen / eenzelnen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefeenzeler / eenzelner
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • eenzel
  • eenzelem
  • eenzelen
  • eenzeler
  • eenzelnem
  • eenzelnen
  • eenzelner
  • eenzelt

Voorbeeldzinnen

  1. en eenzelt Blat Pabeier weit ëm déi 5 Gramm

    Betekenis 1: enkel; alleen; afzonderlijk

  2. eng eenzel Persoun kann do net vill erreechen

    Betekenis 1: enkel; alleen; afzonderlijk

  3. d'Kaddoe sinn eenzel verpaakt

    Betekenis 1: enkel; alleen; afzonderlijk

  4. de Schoulmeeschter freet d'Schüler eenzel op

    Betekenis 1: enkel; alleen; afzonderlijk

  5. d'Eeër ginn net am Eenzel(n)e verkaaft

    Betekenis 1: enkel; alleen; afzonderlijk

  6. eenzel Leit waren net mat him averstanen

    Betekenis 2: een paar; enkele

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→